Deponie met degelijke inrichting

Elke deponie is met de meest recente technologie van de omgeving geïsoleerd.

Onderaan schermt een 3 mm dikke polyethyleenfolie de deponie volledig af van de bodem en de grondwaterlaag. De folie is met de grootste zorg aangebracht. Alle lasnaden zijn uitvoerig getest en gecontroleerd.

Regenwater dat tijdens het opvullen van de deponie door de afvalstoffen sijpelt, wordt boven de PE-folie opgevangen in een drainagenetwerk dat het naar een bufferbekken brengt. Het percolaat wordt door een aantal vergunde waterzuiveringsinstallaties opgehaald voor een adequate zuivering.

Voor permanente bewaking tegen eventuele lekken bevindt zich onder de folie een tweede netwerk van draineerbuizen.

Sluitstuk is onderaan een 1 meter dikke kleilaag die het water uiterst traag laat doorsijpelen. Zou er zich ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een lek voordoen, dan is het uitgesloten dat het water zich snel in de bodem kan verspreiden.

De toegepaste bodembeschermingstechnieken werden uitvoerig geëvalueerd door het laboratorium voor Toegepaste Geologie en Hydrogeologie van de RUG.

De studies tonen duidelijk aan dat het potentiële risico op grondwater- en bodemverontreiniging optimaal beheerst wordt.

Zowel tijdens als na de stortactiviteiten wordt de deponie permanent bewaakt om de invloed op de nabije omgeving op te volgen. Het erkend laboratorium bemonstert twee maal per jaar het peilputwater conform de vergunningsvoorwaarden en het Vlarem II. Het percolaat uit de deponie en het drainagewater worden tevens wekelijks door ons eigen laboratorium gecontroleerd. Percolaat en drainagewater worden tevens regelmatig door het erkend laboratorium gecontroleerd.

Als een deponie is volgestort, wordt ze afgedekt met een waterondoorlatende laag die belet dat regenwater via de bovenzijde of de flanken van de stortheuvel nog tot de afvalstoffen kan doordringen. Ook deze laag bevat polyethyleenfolie zodat de volgestorte deponie als het ware een waterdichte kuip wordt.

ISO 9001 - ISO 14001